Hier heerst vrede

Je naasten helpen zonder iets terug te verwachten, dat is wat Hans Demeyer en Ingrid Vanneste in essentie doen door drie Oekraïense gezinnen onderdak te verlenen. “We hebben er niet lang over nagedacht. Als je gevoel ‘ja’ zegt, doe het dan”, zeggen ze in koor.

Inwoners Hans en Ingrid vangen tijdelijk zeven Oekraïners op
Hier heerst vrede

Je naasten helpen zonder iets terug te verwachten, dat is wat Hans Demeyer en Ingrid Vanneste in essentie doen door drie Oekraïense gezinnen onderdak te verlenen. “We hebben er niet lang over nagedacht. Als je gevoel ‘ja’ zegt, doe het dan”, zeggen ze in koor.
Een Vlaams-Oekraïens onderonsje via de Google Translate-app. Hartverwarmend en soms hartverscheurend.

Tekst Sam De Kegel – foto Bert Van der Linden

Sinds de Russische invasie van Oekraïne hebben volgens de VN Vluchtelingenorganisatie UNHCR al ruim 12 miljoen Oekraïners hun huis moeten verlaten, dat is meer dan een kwart van de totale bevolking. Zeker 4,7 miljoen mensen zochten onderdak in het buitenland, waaronder België.

Zo ook Yuliia met haar dochter Sasha (11) en zoon Nikita (1), Tatyana met zoon Danilo (12) en Viacheslav (Slava) en Olena (Llena). Samen vormen ze drie gezinnen die bij Hans Demeyer en Ingrid Vanneste onderdak kregen via het federale initiatief PlekVrij, in samenwerking met de gemeentes. “We waren de eerste inwoners in Berlare die Oekraïners hebben opgevangen, vanaf 15 maart. De gemeentes geven het aantal beschikbare plaatsen door aan Brussel en de vluchtelingen worden vanuit de hoofdstad ‘geplaatst’. Wij zijn echter bevriend met een Oekraïense die al acht jaar in Berlare woont én deze mensen kent die na de uitbraak van het conflict onderweg waren naar België. Zo stonden de twee mama’s met hun kinderen hier heel snel, een week later volgden ook Slavac en Llena. De gezinnen komen uit Charkov en kennen elkaar, dat maakt het net iets gemakkelijker.”

Klein verschil creëren

Yullia en Tatyana – vanwege de oorlog mochten hun mannen tussen 18 en 60 het land niet uit – kwamen via Polen naar België, Slavac en Llena waren al in de Poolse hoofdstad Warschau aan het werk toen het conflict uitbrak. Slavac: “Op 24 februari belde Llena met haar moeder, vroeg in de ochtend. Die vertelde ons dat de oorlog was begonnen. Ze was van huis weggelopen omdat ze de omgeving begonnen te beschieten en haar huis schade had opgelopen. Wij wilden meteen naar huis gaan, maar kennissen en vrienden adviseerden ons om niet terug te gaan.”
Slavac werkte in de bouwsector, maar doordat er bijzonder veel Oekraïners naar Warschau vluchtten, werd het aanbod werknemers steeds groter en verdiende hij nauwelijks nog iets. “Zo konden we onze familie financieel niet meer steunen. Ik had al eerder in België gewerkt en besloot naar hier af te zakken.”

Zeven ‘wildvreemden’ in je huis binnenhalen voor een onbekende periode, il faut le faire, maar Hans en Ingrid hoefden er niet lang over na te denken. “We ontvangen sowieso graag mensen, maar dit is voor ons een experiment. Stel je echter voor dat je in dezelfde situatie zou belanden, dan zou je toch ook blij zijn als iemand je helpt?”, vertelt Ingrid. “Natuurlijk is dit een druppel op een hete plaat, maar door drie gezinnen op te vangen, maken we een klein verschil. Als je naar de verschrikkelijke beelden op tv kijkt – wat we niet zo vaak doen – en je ziet al die mensen in wanhoop, besef je: ‘Dat konden zij geweest zijn. Als het hier dan even lastiger loopt, besef je de waarde van wat we doen.”

Solidaire buurt


Hans en Ingrid hebben een deel van hun ruime woning ter beschikking gesteld, inclusief een van de twee badkamers. “Voldoende ruimte en privacy is een voorwaarde om mensen op te vangen. Maar voor de rest is het springen in een zwembad waarbij je niet echt weet hoe koud of diep het zal zijn… Je springt gewoon. We proberen zelfsturend te werken, waardoor elkeen organisch zijn weg vindt. Ze helpen mee in het huishouden en denken mee met ons vanaf de eerste dag, ook al vroegen we dat niet. De vrijgevigheid komt echt van twee kanten”, weet Hans.

De eerste weken wogen bijzonder zwaar door bij de bezoekers, maar bij Hans en Ingrid voelden ze zich van meet af aan beschermd. “Ze beantwoorden al onze vragen en proberen onze praktische problemen op te lossen”, vertelt Yuliia. “Hans is altijd rustig, handelt snel en blijft glimlachen. No problem, zegt hij altijd”, lacht ze.
De rest knikt instemmend. “We voelen ons thuis. Hans en Ingrid vormen één geheel en vullen elkaar perfect aan”, zegt Tatyana. “Er zijn ook gezinnen waarbij Vlamingen en Oekraïners apart leven en eten. Maar hier leven we vanaf dag één samen.”

Gelukkig kunnen ze ook rekenen op een solidaire buurt. Zo kreeg Julia een gratis snit bij een kapster, Sacha kan dansen bij verschillende dansggroepen, ze kregen ook fietsen en twee computers van de buren. “Het leek hier even op een depot, zoveel spullen kregen we”, zegt Hans. “Veel Belgen leven mee met de Oekraïense vluchtelingen. Hun verhalen zijn zo herkenbaar”, vertelt Ingrid. “Ze hebben natuurlijk andere gewoontes, maar hun cultuur verschilt niet zoveel van de onze.”

Nederlands leren

Juliia en Tatyana hebben ondertussen de ‘tijdelijke Europese beschermingsstatus’ die recht heeft op toegang tot de arbeidsmarkt, school en maatschappelijke dienstverlening, Llena en Vacla werkten bij de uitbraak van het conflict in Polen en moeten daarom nog wat geduld oefenen. Allemaal willen ze snel Nederlands leren, via een intensief taalbad. “Het is de enige manier om een job te vinden en ook een manier om onszelf te respecteren”, zegt Yuliia kordaat.


Danilo en Sacha lopen ondertussen school in Overmere en Lokeren en worden reeds ondergedompeld in een taalbad. “Kinderen passen zich sneller dan volwassenen aan”, vertelt Tatyana. “Danilo spreekt al een mondje Nederlands en voetbalt hier. In het begin voelde hij zich nog onwennig, maar nu vindt hij het leuk. Hij is leergierig en optimistisch.”
Sacha was in het begin heel verdrietig, bij haar duurde het iets langer om zich thuis te voelen. “Vanaf de eerste dag reageerde ze ook allergisch op de katten”, zegt haar mama. Ze wou echter absoluut bij Hans en Ingrid blijven. Sindsdien leven de katten op straat”, lacht ze. “Natuurlijk mist ze haar vrienden en haar vader. Ze is heel gehecht aan de buurt waar ze opgroeide. Nikita, één jaar oud (hij zette onlangs zijn eerste stappen op Overmeerse bodem, red.), loopt hier dan weer onbekommerd rond. Dat is trouwens een polyglot in wording!”

Nachtmerries

De Oekraïense gezinnen proberen elke dag contact met het thuisfront te houden, via Whatsapp en Telegram. Juliia: “Onze vrienden willen ons geruststellen, maar als je in het nieuws ziet dat alles slecht is, weet je niet wat je moet geloven. Onze familieleden willen ons niet van streek maken. Het belangrijkste is dat de kinderen veilig zijn, maar na twee maanden heb ik nog steeds nachtmerries over explosies en beschietingen. Als er in Overmere vliegtuigen passeren, schrikken we nog vaak.”

“Sommigen zeggen ons: ‘Je zal nu altijd naar Oekraïne op reis kunnen gaan’. Alsof dat ooit onze betrachting is”, vertelt Hans. Hij beklemtoont dat zijn gezin al veel wijze lessen heeft geleerd de jongste maanden. “We leren nog meer dan vroeger relativeren. Onze bezoekers hebben ons geleerd dat je altijd moet volharden en veerkracht tonen. Voor velen zou hun situatie uitzichtloos zijn, maar in oorlogstijd moet je leren denken in opties, anders overleef je niet. Ze zijn heel dapper.”

Na het interview, dat voor iedereen een rollercoaster van emoties bleek, maakt de fotograaf een groepsfoto in de tuin. De Happiness Farm, zo heet de woonst van Hans en Ingrid. Dat mag je vrij letterlijk nemen. Zeven schapen, tien katten, vijf kippen en drie paarden lopen er zorgeloos rond. Beroepshalve is coach Hans Supplier of Optimism, en dat is geen holle slogan. Hans en Ingrid ademen positivisme, dat beklemtonen ook de zeven Oekraïense gasten voortdurend.  

Hier heerst vrede. Vrede die voor ons zo vanzelfsprekend leek, maar het helemaal niet is. Dat heeft dit conflict, op nauwelijks 1.600 km van hier, ons allemaal geleerd.


Leave a Reply

%d bloggers like this: